2.2 Verlies van evenwicht in de spreiding der machten
Er is echter nóg een onevenwichtigheid ontstaan door de wijze waarop we de digitalisering van de overheid hebben aangepakt. Een onevenwichtigheid die breder is: het verschuiven van het evenwicht tussen de staatsmachten. Al vóór de digitalisering overheidsbreed van invloed was, begon het evenwicht tussen wetgevende macht, rechtsprekende macht en uitvoerende macht te verschuiven16. Het recht werd steeds meer gebruikt om te sturen, in plaats van om de staatsmacht te begrenzen17. Uitvoeringsorganisaties werden verzelfstandigd en op afstand gezet. Normstelling werd steeds meer overgelaten aan de uitvoerende macht. Dit heet ook wel “de terugtredende wetgever”18. Dat betekent dat in de wet steeds minder duidelijk staat waar burgers zich op kunnen beroepen, terwijl het aantal wetten alleen maar toeneemt.
Digitalisering heeft dit verlies van evenwicht versterkt. Het is vooral de uitvoerende macht die de dataficering, automatisering, gegevensuitwisseling en data-analyse als een hefboom kan inzetten om steeds massaler en fijnmaziger in te grijpen in de samenleving. De toegenomen macht bij de uitvoering staat in schril contrast met de situatie bij de rechterlijke en wetgevende macht. Het vermogen van de wetgever om zelfstandig inzicht te verkrijgen en analyses te doen is vrijwel onveranderd19 en relatief dus sterk verminderd. Grote delen van het uitvoeringsproces zijn toegankelijk noch toetsbaar voor de rechtspraak en de rechtsprekende macht kan structurele problemen moeilijk waarnemen vanuit individuele gevallen20. Onze vraag werd daarom ook hoe de informatiemacht gespreid kan worden, zodat die bijdraagt aan een beter evenwicht tussen de staatsmachten onderling en een betere balans met de samenleving.
Onze vragen werden daarom:
- Hoe krijgt de burger weer grip op diens rechtspositie?
- Hoe krijgen uitvoeringsorganisaties weer grip op hun gegevensstromen?
- Welke spreiding van informatiemacht past bij een digitale rechtsstaat?