1. Inleiding
Hoe zou een gezonde, wenselijke digitale rechtsstaat eruit kunnen zien? En wat is daarvoor nodig?
Deze publicatie beoogt een positief ideaal te schetsen. Een ideaal dat meer omvat dan de overheid alleen, waarin ook de samenleving, de wetgever en de rechtspraak hun plaats hebben. Een ideaal dat rekenschap geeft aan het besef dat de staat anders is dan zelfs het grootste en meest complexe bedrijf. In deze publicatie willen we een ideaal schetsen zonder simpele tegenstellingen, simpele oplossingen, zonder voorbij te gaan aan de Nederlandse context en praktijk. We schetsen een ideaal waarin meer waarden een plaats hebben, een ideaal dat verder gaat dan efficiëntie en gemak. Maar ook een ideaal dat niet hét antwoord wil zijn, maar een startpunt dat aanzet tot aanvullen en verbeteren. We hopen dat de ideeën in deze publicatie een uitnodiging zijn en inspireren om een wereld zoals we die ons wensen te verbinden aan reële ideeën over hoe die wereld eruit ziet in termen van digitaal werken. We zullen zeker kijken naar toepassingen. Dat doen we in hoofdstuk 6. Maar we kunnen niet alleen kijken naar praktische en concrete voorbeelden en alles wat direct zichtbaar is bij individuele organisaties. We zullen ook moeten kijken naar het onzichtbare deel. Dat noemen we de “achterkant van de overheid”.
Die “achterkant van de overheid” ligt verscholen achter vooringevulde belastingformulieren en beloften over wat AI toepassingen ooit mogelijk gaan maken. Het is de wereld waarin duizenden gegevensstromen lopen tussen bestuurslagen en organisaties met honderden verschillende doelen en taken. Dit is een wereld waarin algemene wetten zijn vertaald in discrete beslisregels en individuele feiten zijn gevat in gegevensmodellen. Die onzichtbare wereld maakt dat de grote meerderheid van de beslissingen automatisch – en dus efficiënt – kan verlopen. Die onzichtbare en weinig besproken infrastructuur is bepalend voor wat instituties in de staat kunnen én niet kunnen. Kan deze registratie niet bij een andere organisatie worden ondergebracht? Kan de minister dan niet “even uit de computer trekken” waar bepaalde gegevens zijn? Regelmatig blijkt dit (vrijwel) onmogelijk. Die achterkant van de overheid bepaalt wie wat kan weten, overzien én beslissen. Die wereld begrenst burgers in wat ze zien, kunnen weten en kenbaar kunnen maken over hun eigen situatie. Die wereld begrenst ook rechters, de Tweede Kamer, ministers, uitvoeringsorganisaties en individuele ambtenaren in wat ze kunnen vastleggen, corrigeren en besluiten.
Achterkant (m.) zelfst.naamw. 1) Zijde waar je meestal niet tegenaan kijkt; rugzijde of achterzijde 2) De minder mooie kant; kant die minder aandacht krijgt 3) Onderkant, rug, fundament; waar alles op rustDe manier waarop de achterkant van de overheid is ingericht, noemen we de informatie-infrastructuur1. De inrichting van vandaag leidt tot typische problemen. Daarvan geven we in het volgende hoofdstuk voorbeelden. Eén zo’n probleem is dat fouten zich als een olievlek verspreiden en correcties niet. Deze problemen hebben alle belanghebbenden, of dit nu burgers zijn of Kamerleden, uitvoeringsorganisaties of rechters. Het zijn ingewikkelde problemen, waardoor je soms het wat fatalistische geluid hoort dat sommige problemen gewoon niet op te lossen zijn (en we ze dus maar moeten accepteren).
Daarom willen we een visie neerzetten die voldoende is uitgewerkt om tegenwicht te bieden aan dit fatalisme. Die visie is niet gebaseerd op toekomstige mogelijkheden of speculatieve ontwikkelingen, maar op concrete ervaring, analyse, reeds ontkiemde ontwikkelingen en bewezen werkende technische mogelijkheden. Bovendien willen we niet alleen een algemene lijn schetsen, maar een combinatie van concrete inrichtingsprincipes2 die praktisch uitvoerbaar moet zijn. We willen laten zien dat een antwoord op de tekortkomingen en onevenwichtigheden van vandaag mogelijk is. We presenteren een verhaal dat misschien wel ambitieus is, maar past in de Nederlandse context. Een verhaal dat misschien groot denkt, maar niet centralistisch. Een verhaal dat weliswaar anders is op het radicale af, maar wel stap-voor-stap uitvoerbaar is met nieuw naast oud.