4.1 Spreiding van informatiemacht tussen de staatsmachten
In Nieuwland is spreiding van informatiemacht22 vormgegeven via de informatie-infrastructuur. Informatie is in Nieuwland niet “van” een organisatie. In plaats daarvan biedt de Nieuwlandse informatie-infrastructuur zelfstandige toegang voor iedereen die er recht op heeft of deze nodig heeft, ook als die informatie fysiek is opgeslagen bij een andere organisatie. Het is de voorwaarde geweest voor de heruitvinding van de balans tussen de staatsmachten én tussen staat en samenleving. Zelfstandige toegang zorgt voor een balans tussen de uitvoering enerzijds en de rechtspraak en wetgever anderzijds. Elke macht kan in praktische zin onafhankelijk opereren en haar rol vervullen. Met toegang bedoelen we hier dus niet alleen toegang tot gegevens voor uitvoeringsorganisaties, maar ook voor de wetgevende en de rechtsprekende macht.
4.1.1 Zelfstandige toegang
Het kernidee van zelfstandige toegang hangt sterk samen met een aantal concrete inrichtingsprincipes om deze toegang mogelijk te maken. Eén zo’n inrichtingsprincipe gaat over de organisatie van toegang en de checks and balances die daarvan onderdeel zijn. Toegang heeft een formele dimensie en een praktische. De formele macht (het gezag) ligt, zeker als het gaat om de inrichting, bij de wetgever. Er is echter ook zoiets als operationele macht. Dat is de macht die bij vele individuele organisaties ligt die aan de knoppen zitten.
Hóe die operationele macht wordt uitgevoerd is ook een inrichtingsvraag. In Nieuwland gebeurt dat met software van de gebruiker (afnemer) van gegevens, die bij de bronhouder wordt uitgevoerd. Dit stukje software definieert op welke manier alles wat in de loop van de tijd in de bron is vastgelegd, op het moment van bevragen wordt gereduceerd tot de actuele stand van zaken. Bron en afnemer zijn beide nodig om deze software te definiëren.
Misschien nog belangrijker dan deze spreiding van operationele macht is dat de kennis van bron en afnemer bij elkaar moet komen. Want de bron heeft kennis van de totstandkoming van gegevens en de afnemer heeft kennis over het gebruik ervan.
“De infrastructuur van de koppeling is universeel, de eigen systeeminrichting is autonoom en de interpretatie van de wet waarbij bron en afnemer hun kennis bij elkaar brengen is een openbaar gegeven.”De software is zelf ook een gegeven en een bijzonder gegeven. Dit is onderdeel van de wet in de praktijk. Zulke software is een interpretatie van de wet. Daarom is deze software in Nieuwland – behoudens enkele uitzonderingen – per definitie openbaar voor iedereen en dus ook voor elk van de staatsmachten.
Als we uitzoomen, betekent zelfstandige toegang ook dat het bevragen van bronnen altijd op dezelfde manier gebeurt: gestandaardiseerd op het niveau van de verbinding. Alle bevragingen gaan op dezelfde wijze. Het enige dat geregeld moet worden, is de bovengenoemde definitie van hoe bron en afnemer hun kennis over beide contexten bij elkaar brengen. Dat element representeert de wet.
Dat betekent tevens dat de infrastructuur voor koppelingen niet steeds opnieuw ontworpen en geïmplementeerd hoeft te worden. En dit betekent dat bronnen en afnemers ook zelfstandig kunnen blijven in de keuze voor hun eigen systeeminrichting. De infrastructuur van de koppeling is universeel, de eigen systeeminrichting is autonoom en de interpretatie van de wet waarbij bron en afnemer hun kennis bij elkaar brengen is een openbaar gegeven.
4.1.2 Identiteit, vertrouwen en openheid
Een betrouwbare digitale identiteit is een randvoorwaarde voor zelfstandige toegang én voor het binden van de informatiemacht. In een open en vrije samenleving zoals Nieuwland, is de omgang met digitale identiteit een zorgvuldig afgewogen balans. Een hoge mate van zekerheid over de identiteit van de betrokken burger(s) is soms nodig in de onderlinge interacties tussen burgers, bedrijven en de staat. In situaties met grote gevolgen, zoals het kopen van een huis of het aangaan van een huwelijk is dat overduidelijk. Het opleggen van dezelfde hoge mate van zekerheid over de identiteit aan elke interactie wordt echter al snel totalitair, zeker binnen de samenleving zelf. Alle lucht verdwijnt, wanneer het kopen van een pakje kauwgom volledige zekerheid zou vereisen over elkaars identiteit. Dit geldt ook voor allerlei interacties tussen de samenleving en de staat, zoals het aanvragen van een regeling of het ontvangen van digitale post van de staat. Het invullen van een contactformulier zou bijvoorbeeld geen zwaardere eisen moeten stellen dan nodig.
De manier waarop we identiteit regelen, heeft invloed op de manier waarin burgers en organisaties voor elkaar bereikbaar zijn. In de papieren wereld kan iedereen elkaar vormvrij23 een brief sturen: partijen zijn adresseerbaar op een fysiek postadres met bijbehorende brievenbus in het eigen domein. Dat adres biedt rechtszekerheid dat partijen ontvankelijk zijn voor cruciale communicatie, zodat zij aanspreekbaar zijn en hun verantwoordelijkheden kunnen nakomen. Als een brief bezorgd is, word je juridisch geacht deze ook gelezen te hebben. Communicatie verloopt echter steeds vaker digitaal, en dit leidde in Nieuwland aanvankelijk tot grote problemen: een vormvrij bericht sturen was vaak niet meer mogelijk, het medium e-mail is fundamenteel onveilig, en veel partijen waren niet
digitaal adresseerbaar. Daarom heeft elke burger en elke organisatie (privaat en publiek) in Nieuwland nu een digitale brievenbus. Deze digitale brievenbus kun je zelf organiseren als je dat wilt en daar de middelen voor hebt. Maar je kunt ook gebruik maken van een publieke brievenbus waar je toch zelf de volledige controle over hebt, en waar niemand anders in kan kijken dan jijzelf. Omdat deze gebaseerd is op standaarden én er een basisvoorziening is die dit regelt, is ook hier een balans tussen juridische zekerheid en openheid.
Het bevorderen van het vertrouwen van burgers en instanties in de digitale rechtsstaat gaat niet alleen over digitale identiteit en digitale bereikbaarheid op zichzelf, noch alleen over betrouwbaarheid en traceerbaarheid. Evenzeer ligt de opgave in het beschermen van de vrijheid om in de praktijk keuzes te kunnen maken in het kenbaar maken van je digitale identiteit en de manier waarop je bereikt wilt worden. Een totalitair systeem waar elke interactie traceerbaar is, draagt niet bij aan vertrouwen, maar juist aan wantrouwen. Hoge betrouwbaarheid en traceerbaarheid moeten dus eenvoudig mógelijk zijn, maar niet overal afdwingbaar24.